Home Binnenstad Lezingen Excursies Publicaties Berichten Contact

Berichten

Het Monument van de Joodse Dankbaarheid

Binnenkort begint op het Weesperplantsoen de bouw van het Holocaust Namenmonument. Een deel van de bomen is al gekapt. De volgende stap is het verplaatsen van het Monument van de Joodse Erkentelijkheid. Dit dankbetoon van de Joden aan hun helpers was al bij zijn onthulling in 1950 omstreden en dat is altijd zo gebleven. Wat moet er gebeuren met het gedenkteken? De gemeente besloot onlangs het monument te verplaatsen naar het Weesperplein.

Officieel heet het monument het 'Gedenkteken voor de Hulp in Nederland aan de Joden verleend gedurende de Oorlog aan hun Joodse landgenoten'. Dat is een mond vol. Doorgaans wordt het het Monument van de Joodse Erkentelijkheid of Dankbaarheid genoemd. Het monument was een initiatief van Maup de Hartogh die tijdens de oorlog in Theresienstadt verbleef. Tegelijkertijd waren er al plannen om een namenmonument op te richten. In opdracht van de Joodse gemeente had Jaap Kaas een soort mausoleum van zwart graniet ontworpen met op de wanden de namen van alle omgekomen Nederlandse Joden, een namenmonument dus. Het zou opgericht worden op het Jonas DaniŽl Meijerplein, maar dat ging niet door, omdat op deze locatie de Dokwerker van Marie Andriessen moest komen, een monument ter herinnering aan de Februaristaking van 1941, een gebeurtenis waar Amsterdam terecht heel trots op was.

Het Monument voor de Joodse Dankbaarheid werd gemaakt door Jobs Wertheim. Na enige discussie over de locatie (ook toen al) werd het gedenkteken in 1950 op het Weesperplein geplaatst. In 1986 werd het monument verplaatst naar het Weesperplantsoen om ruimte te maken voor een metroingang.

Nu er een echt Namenmonument komt, is opnieuw de vraag aan de orde wat er moet gebeuren met het gedenkteken. Een vijftal reliŽfs spreken zowel dankbaarheid als berusting uit. Het monument kreeg reeds bij haar onthulling kritiek omdat het volledig voorbij gaat aan de medewerking die veel Nederlanders, ook het ambtelijk apparaat, aan de Jodenvervolging verleenden. Was er eigenlijk wel reden voor dankbaarheid? Immers, slechts een zeer klein deel van de Joden had de oorlog overleefd. Er was echter in de wederopbouwperiode geen tijd voor gemopper.

Dat veranderde de afgelopen decennia. Er is nu een herdenkingscultuur ontstaan waarin namen een belangrijke plaats innemen. Voor de overlevenden en nabestaanden is het van grote waarde dat er een fysieke plaats is waar zij hun vermoorde familieleden gedenken die nooit een graf of gedenkplaats hebben gekregen. Verdriet en woede heeft de plaats ingenomen van berusting en dankbaarheid. Het Monument voor de Joodse Dankbaarheid is achterhaald en was dat eigenlijk al van begin af aan. Ook om een andere reden. Een monument van de dankbare Jood sluit aan bij het antisemitische beeld van de Jood als vreemdeling die dankbaar moet zijn voor de genoten gastvrijheid. Het kan ook nog negatiever worden geÔnterpreteerd. Antisemieten kunnen het monument als bewijs zien voor de volgzaamheid en nederigheid van Joden, een houding die zij als minderwaardig beschouwen en typisch iets voor Joden vinden. Eigenlijk is het nooit goed, als Joden passief zijn, maar ook als Joden zich verzetten.

Kortom, het is duidelijk dat het monument behoort tot de categorie van 'lastig erfgoed', zoals dat ook het geval is met de Muur van Mussert in Lunteren. Dat betekent echter niet dat het moet verdwijnen uit het straatbeeld. Ik ben er in het algemeen niet voor om monumenten te verwijderen om de geschiedenis te herschrijven. Dat doet mij teveel denken aan Stalin die foto's liet retoucheren of, in ons land, acties om standbeelden van Nederlandse zeehelden te verwijderen. Het gedenkteken, zoals elk monument, representeert een tijdsbeeld en vertelt een verhaal. Dit object toont ons wat van de Joden werd verwacht toen ze berooid en eenzaam in ons land terugkeerden en hoezeer het denken over de oorlog is veranderd. Ik heb er dus geen enkel probleem mee dat het monument terug gaat naar het Weesperplein, waar het oorspronkelijk stond. Maar zet er dan wel een bordje bij waarin de betekenis toen en nu wordt uitgelegd, met een verwijzing naar het Holocaust Namenmonument op het Weesperplein. Een suggestie voor die tekst luidt dat "bij nader inzien de Joden niet dankbaar zijn voor de manier waarop er met hen en trouwens ook met hun oude buurt is omgegaan". De vele ambtenaren, die in deze omgeving werken, kunnen daar iets van opsteken.

De gegevens van dit artikel zijn ontleend aan: Roel Hijink en Gerrit Vermeer. 'Het Monument van Joodse Erkentelijkheid, teken van trots en schaamte'. Maandblad Amstelodamum 105-2 (2018): p. 51-67.

(15 augustus 2019)

[Over deze website]   [Contact opnemen]   [Inloggen]