Nieuwe Keizersgracht 94 
Gebouw van Barmhartigheid / Occo Hofje
Naam: Gebouw van Barmhartigheid / Occo Hofje
Adres: Nieuwe Keizersgracht 94
Oud adres: (Joden Keizersgracht) W419, wijk 15, klein nr. 41, kadaster H3741, verponding 6057
Gebouwtype: Hofje
Geveltype: Lijstgevel
Bouwstijl:
Lodewijk XVI
Bouwjaar: 1774, 1893
Architect: Jan Luyten (1774), J.N. Hendrix (1893)
(44 afbeeldingen)
Voor hofje ongebruikelijk voorname gevel in Lodewijk XVI-stijl, negen traveeën breed, middenrisaliet met groot driehoekig fronton, deuromlijsting, frontale stoep met bijzondere stoepbaluster met een beëindiging met een vogelbek (arendskoppen). Regentenkamer en kapel.
Het Gebouw van Barmhartigheid, sinds 1968 ook officieel het Occo Hofje, is gesticht volgens de bepalingen van het testament van de kinderloos gestorven Cornelia Elisabeth Occo (1692-1758). Zij was een nazaat van de bekende Duits-Nederlandse koopman Pompejus Occo (1482/83-1537), zaakgelastigde van het Augsburgse bankiershuis Fugger, die bijzonder invloedrijk was in het katholieke Amsterdam vóór de Alteratie. Hij had in 1521 de Deense koning Christiaan II in zijn huis aan de Kalverstraat (Het Paradijs) luisterrijk ontvangen. Het huis aan de Kalverstraat aan de noordzijde van de Papenbroeksteeg (nu Kalverstraat 11) was verbonden met het daarachter gelegen huis aan het Rokin, dat vooral als gastenverblijf in gebruik was (nu Rokin 12). Van de hierin gelegen bibliotheek werd door veel geleerden gebruik gemaakt. Zijn zoon Sijbrand Occo (1514-1587) werd burgemeester. Drie dochters waren getrouwd met burgemeesters (Balich Occo met Joost Buyck, Anno Occo met Saris de Coninck en Tietgen Occo met Dirck Jan Hendricksz).
Vermoedelijk werd Cornelia Occo geboren in één van de Cromhoutpanden (Herengracht 368), het pand waar haar vader Joan Occo (1652-1701) woonde toen hij in het huwelijk trad met Maria Agnes Barbou. Cornelia is nooit getrouwd geweest en heeft achtereenvolgens gewoond in Herengracht 582-584, Keizersgracht 638 en tenslotte in Herengracht 253 waar zij in 1758 stierf. In haar testament bepaalde zij dat het grootste deel van haar nalatenschap moest gaan naar de oprichting van gebouw, waar "Weduwen sonder kinderen of arme vrijsters" gehuisvest moesten worden. Zij moesten boven de vijftig jaar zijn en van de roomse religie. Het hofje moest 't Gebouw van Barmhertigheijt gaan heten. Er werd bovendien bepaald dat het hofje pas 15 jaar na haar dood mocht verrijzen. Toen het stadsbestuur in 1769 besloot om bouwkavels te verkopen in het zgn. Weesperveld, een stuk grond in de Vierde Uitleg dat onbebouwd was gebleven, kochten de executeurs van Cornelia's testament Lucas Pompejus Occo, Francoise Occo en Jan Hendrik van Groin voor 13.052 gulden zeven kavels aan de Nieuwe Keizersgracht. Ook andere instellingen verrezen in de 17de en 18de eeuw in het gebied van de Vierde Uitleg waar veel land was overgebleven (zoals het het Diaconie-Oudevrouwehuis, het Lutherse Diaconiehuis, het Van Brienenhofje, het Van Brants-Rushofje en het Nieuwe Werkhuis). Aanvankelijk ontwierp Coenraad Hoeneker (1691/92-1769) in opdracht van de executeurs een gebouw, maar nadat deze lutherse bouwmeester was overleden, ging met in zee met de katholieke timmerman Johannes Jacobus Luyten (ca.1725-1786). Ook deze bouwmeester ontwierp een rechthoekig gebouw met binnenplaats dat alleen het voorste gedeelte van de beschikbare bouwgrond in beslag nam, omdat de aangekochte kavels per verkoopconditie niet dieper dan 100 voet bebouwd mochten worden: de rest moest als tuin worden ingericht. Het hofje werd dus 39,6 m breed en 28,3 m diep: een rechthoekig gebouw met een grote binnenplaats met twee bleekvelden en een pomp in het midden. Achter het hofje werd de 'keurtuin' ingericht als boomgaard. Jan Luyten ontwierp in tegenstelling tot Hoeneker een modern gebouw in Lodewijk XVI-stijl (het enige hofje in deze stijl). Oorspronkelijk stond het hofje vrijstaand aan de gracht, maar later zijn aan beide zijden woonhuizen gebouwd. Het was het eerste katholieke gebouw in Amsterdam van formaat: een kloek rechthoekig bakstenen bouwblok van twee verdiepingen met negen vensterassen, geplaatst onder een groot schilddak. Op de begane grond waren er zes blinde ramen, waardoor de gevel een deftig gesloten karakter had (in 1964 werden vier vensters geopend). De gevel heeft geblokte pilasters op de hoeken en ter weerszijden van een middenrisaliet, welke bekroond wordt door een groot driehoekig fronton, waarin een adelaar (uit het Occo-familiewapen) met Lodewijk XVI-ornament is geplaatst. De deuromlijsting boven de stoep is versierend met twee vazen, met daaronder het bouwjaar 1774 in Romeinse cijfers. De stoep lijkt een kwart eeuw ouder: de balusters met een adelaarskop hebben een rococo-vormgeving en zijn misschien afkomstig van een Occo-woonhuis (de balusters staan niet op de bouwtekening van Jan Luyten). De eerstesteen werd op 30 mei 1774 gelegd door Maria Gilles (1755-1788), de oudste dochter van mede-executeurs Jean Philip Gilles en Maria Agnes Michel. Op 1 mei 1776 trokken de eerste bewoners in het hofje, dat aan 35 vrouwen huisvesting gaf.
Het achterste gedeelte van het hofje verdween bij een verbouwing door architect Jacobus Nicolaas Hendrix (1862-1931) (ook bekend van het Liefde is het Fondamenthofje) in 1893/94, waarbij de twee zijvleugels werden verlengd waardoor het hofje een U-vorm kreeg en het aantal kamers werd uitgebreid naar 47. Door het bouwen in de 'keurtuin' was het hofje nu twee keer zo diep is als oorspronkelijk. Het torentje met klok, dat op het gesloopte gedeelte stond, werd verplaatst naar de achtergevel van het voorgebouw. Dit klokkentorentje bevat nog steeds de fraaie koperen uurwijzer met slagwerk van Rutgerus en Van Meurs uit 1779. Direct onder de klok staat in dichtvorm: Gods zegen lei de grond / en de Barmhartigheid Van Occo / heeft den schat tot deezen bouw gegeeven / Maria Gillis heeft den eersten steen geleid: / Nu kan hier maagd en weeuw / gerust en vreedzaam leeven. De benedenwoninkjes hebben een ingang aan het hof, de bovenwoningen via een trap in het midden van de vleugels. Een muur aan de Nieuwe Kerkstraat, waar tot de jaren zeventig van de vorige eeuw nog huurhuizen van het hpfje stonden, sluit het hofje nu af. De pomp met lantaarn is helaas verdwenen.
Aan de rechterzijde bevindt zich op onopvallende wijze opgenomen in de zijvleugel een kapel ingewijd in 1816 die dus ouder is dan de vleugel uit 1893/94. Achter het altaar is een houten gemarmerde Corinthische pilasterorde met Lodewijk XVI festoenen aangebracht. Naast het altaar (oorspronkelijk vóór het altaar) staat een tabernakel uit 1845 met een zilveren verbeelding van het Amsterdamse Mirakel. De kapel wordt nog steeds voor de katholieke eredienst gebruikt. In het voorgebouw aan de gracht bevindt zich de regentenkamer. Daarin bevindt zich een zeer extravagante en voor Amsterdam unieke rococo-schouw die ingebracht moet zijn: het hofje dateert uit 1774 en deze schouw uit ca. 1750/60. Is deze schouw afkomstig uit het woonhuis van Cornelia Occo?
Het hofje werd in 1975/78 gerestaureerd door Joop van Stigt, waarbij de nadruk op woningverbetering lag: zo kwamen er eigen toiletten. Het aantal woningen nam daarbij af tot 34. De huurwoningen aan de Nieuwe Kerkstraat werden in 1987 afgestoten en door de gemeente gesloopt. In die periode vond ook de grootschalige sloop in de Weesperstraat en de metroaanleg plaats, wat tot scheuren in de muren leidden. In 1990/91 werd het hofje opnieuw gerestaureerd, nu door architect Peter Geusebroek en aannemer Kneppers. Voor ruim twee miljoen gulden werden hofje met kapel annex sacristie en het verbonden pand op nr. 92 met de recreatieruimte (aangekocht in 1975) geheel gerenoveerd. Midden 1990 begon deze ingrijpende wijziging met de verbouwing van de westzijde van het hofje en begin 1991 kwam als tweede fase de oostzijde aan de beurt. Door de fasering bleef het ongemak voor de bewoners enigszins beperkt. Het aantal woningen nam af van 25. Uiteindelijk kon burgemeester Ed van Thijn op 29 juni 1991 met het planten van een boom het complex voor heropend verklaren.
Gebruikte literatuur:
- Henk Looijesteijn en Vibeke Kingman. Salig sijn de Barmhartigen. 250 jaar Occo Hofje 1774-2024. Hilversum: Verloren, 2025
- R. Meischke e.a. Huizen in Amsterdam: p. 114
- Madelon Simons. '3D-reconstructie van het huis van Pompejus Occo'. Binnenstad 267 (nov./dec. 2014)
Monumentenstatus: RM
Monumentennummer: 2804
Adres: Nieuwe Keizersgracht 94
Adressen: Nieuwe Keizersgracht 94
Inschrijvingsdatum: 17-06-1970
Redengevende omschrijving: Occo' hofje (R.K. gesticht van Barmhartigheid), bestaande uit vier vleugels om een binnenplaats (1774). Voorgevel met geblokte zandstenen hoeklisenen, middenrisaliet met dito lisenen en fronton, zandstenen ingangspartij. Triglyfenlijst onder schilddak. Goede roedenverdeling.
RM = Rijksmonument. Rijksmonumenten zijn gebouwen of andere objecten die van nationaal belang zijn. Bijvoorbeeld door hun schoonheid of door de geschiedenis van het pand voor Nederland. Nederland telt bijna 62.000 rijksmonumenten. Daarvan bevinden zich 6.635 in de Amsterdamse binnenstad (op 1 januari 2017). Vrijwel alle beschermde rijksmonumenten zijn geregistreerd in 1970.
GM = Gemeentelijk monument. Sommige panden hebben een bijzondere betekenis voor een stad, dorp of regio. In dat geval kan de gemeente zo'n pand op de gemeentelijke monumentenlijst plaatsen. In de Amsterdamse binnenstad bevinden zich 1.193 door de gemeente Amsterdam beschermde monumenten (op 1 januari 2017).
Redengevende omschrijving = Een beschrijving van de belangrijkste uiterlijke kenmerken van het object op het moment van opname op de monumentenlijst. De redengevende omschrijving heeft de status van juridisch document en geeft de reden aan waarom het object is geplaatst op de monumentenlijst. Meer informatie: cultureelerfgoed.nl.
Klik op de tabs voor informatie over dit object. Klik op adres voor een plaatsaanduiding.
Laatste wijziging: juli 2026
