Home Binnenstad Objecten Afbeeldingen Berichten Contact

Gerard de Lairesse (1640-1711)

De belangrijkste kunstenaars die plafond- en wandstukken hebben gemaakt in Amsterdamse grachtenhuizen zijn Gerard de Lairesse (1640-1711) en Jacob de Wit (1695-1754), resp. in de 17de en 18de eeuw. Beiden waren geïnspireerd door de grote projecten van Rubens en Jacob Jordaens. De Lairesse had veel navolgers, maar Jacob de Wit nauwelijks. Met De Wit komt namelijk een tijdelijk einde aan de plafondschilderkunst. De Lairesse staat juist aan het begin. Aanvankelijk was De Lairesse onder de indruk van Rembrandt, maar al gauw was hij meer geïnteresseerd in de Franse classicistische kunst. Hij was beroemd om de nadruk die hij legde op de noodzaak schilderkunst en bouwkunst te integreren en om zijn innovaties op het gebied van de grote plafondschilderingen. Hij specialiseerde zich in allegorische voorstellingen in een verfijnde, classicistische stijl die goed paste in de verschuiving na 1672 naar een meer aristocratische kunst en architectuur. Zijn werk had grote invloed, vooral ook op het decoreren van Amsterdamse grachtenhuizen. En via zijn boeken over kunsttheorie, Grondlegginge der teekenkonst (1701) en Het groot schilderboeck (1707), had De Lairesse tot in de 18de eeuw grote invloed, onder andere op Jacob de Wit.

De Lairesse vluchtte in 1664 van zijn geboortestad Luik naar Amsterdam vanwege een gebroken trouwbelofte. In Amsterdam maakte hij snel carrière. De Lairesse was in zijn tijd de meest gevraagde schilder van Amsterdam: de halve grachtengordel was van zijn werk voorzien. Hij werkte ook buiten Amsterdam, zelfs voor koning-stadhouder Willem III. Zo maakte hij plafondstukken voor een zaal in het Binnenhof, die hij in 1688 beschildert en die naar hem is vernoemd, het Paleis van Justitie, Paleis Soestdijk en Paleis 't Loo. Totdat het noodlot in 1690 toeslag en hij blind werd. Schilderen ging niet meer. Hij legde zich sindsdien toe op het geven van colleges over kunsttheorie en het verspreiden van de door hem gepropageerde classicistische kunsttheorie.

Vrijwel alles, wat De Lairesse in Amsterdam maakte, is in de volgende twee eeuwen verdwenen. Gelukkig is er wel één en ander bewaard gebleven, echter doorgaans niet meer op de oorspronkelijke locatie waarvoor de kunstwerken zijn gemaakt:

  • Herengracht 539. Eén van De Lairesses vroegste werken, het schoorsteenstuk Apollo en Aurora uit 1671, gemaakt in opdracht van burgemeester Nicolaes Pancras, wordt bewaard in het Metropolitan Museum of Art (New York). Mogelijk betreft het een portrait historié van Gerbrand en Maria Pancras, de kinderen van Nicolaes.
  • Herengracht 446. In 1672 maakt hij een plafondschildering in het huis van burgemeester Andries de Graeff, een allegorie op de ware vrijheid. Het plafond is overgebracht naar het Vredespaleis (Den Haag).
  • Herengracht 476. Deze plafondschilderingen uit ca. 1675-1680, zijn vermoedelijk de enigste die op hun oorspronkelijke locatie bewaard bleven, ook al is het plafond geschonden door de schrootjes en de spotjes.
  • Herengracht 164. Tussen 1675 en 1683 decoreert De Lairesse het huis Messina van de textielmagnaat Philips de Flines met wandschilderingen, nl. vijf allegorieën op de kunst, geschilderd in grisaille, voor de hal. De kunstwerken bevinden zich tegenwoordig in het Rijksmuseum.
  • Herengracht 132. In 1687 maakt De Lairesse met de landschapsschilder Johannes Glauber vier wandstukken voor het huis van Jacob de Flines. Ook deze kunstwerken worden bewaard in het Rijksmuseum.
  • Keizersgracht 672. Grisailles uit de gang van de beletage, bewaard gebleven omdat ze zijn verplaatst naar de gang op de 1ste verdieping.

In Herengracht 458 bevond zich een Allegorie op de Vrede van Munster van De Lairesse. Dit belangrijke plafondstuk werd in 1940 geroofd. De huidige locatie is onbekend. De 17de-eeuwse plafondschilderingen van Herengracht 480 zijn wel nog in situ aanwezig, maar worden niet langer aan De Lairesse toegeschreven, maar aan Abraham van den Bosch (één van de doeken is gesigneerd). Ook de plafondschilderingen in Herengracht 442 worden niet langer toegeschreven aan De Lairesse. Hiervan is niet bekend wie de maker is, maar hij heeft wel goed de aanwijzingen van De Lairesse begrepen en nagevolgd. Ook de plafondschilderingen in Keizersgracht 162 worden toegeschreven aan De Lairesse of zijn atelier, maar waarschijnlijk is dat niet. Meer aannemelijk is de toeschrijving van het prachtige plafond in Keizersgracht 31 aan De Lairesse.

De Lairesse kreeg ook belangrijke stedelijke opdrachten. Zo heeft hij in 1686 de luiken van het orgel van de Westerkerk beschilderd grote voorstellingen van David met de Ark des Verbonds en Salomo met de koningin van Sheba, alsof het een altaarstuk betreft. Zeer belangrijk is het plafond met allegorische voorstellingen dat hij maakte voor de regentenkamer van het Leprozenhuis, Mr. Visserplein (thans in het Amsterdam Museum). De voorstellingen verwijzen naar de liefdadige werken van deze stedelijke instelling. Ook zou hij de buitendeur van het Theatrum Anatomicum op de Nieuwmarkt met een skelet hebben beschilderd. Belangrijke opdrachten voor het stadhuis op de Dam gingen niet door toen hij blind werd. Er is een ontwerp bewaard gebleven van een prachtige Allegorie op de roem van Amsterdam voor de Burgerzaal (bewaard in het Amsterdam Museum). De Lairesse verdient een vooraanstaande plek in de canon van de Hollandse schilderkunst.

Literatuur:

  • Josien Beltman, Paul Knolle, Quirine van der Meer Mohr (red.). Eindelijk! De Lairesse. Klassieke schoonheid in de Gouden Eeuw. Zwolle, 2016
  • J. Dullaert. Met plank en doek bekleed. Amsterdamse figuratieve plafondschilderingen uit de zeventiende en achttiende eeuw. Amsterdam, 2003 (Doctoraalscriptie UvA)
  • R. Schillemans. 'Gerard de Lairesse (1640-1711) en de gereformeerde kerk in Amsterdam'. Maandblad Amstelodamum 103-2 (2016): p. 83-91
  • D.P. Snoep. 'Gerard Lairesse als plafond- en kamerschilder'. Bulletin van het Rijksmuseum 18-4 (1970): p. 159-217

Laatste wijziging: december 2020

[Over deze website]   [Contact opnemen]   [Inloggen]