Home Binnenstad Objecten Afbeeldingen Berichten Contact

Trapgevels

Een trapgevel is een topgevel die zich naar boven toe trapsgewijs versmalt. Trapgevels worden gebouwd in de stijl van de renaissance. In deze stijl worden schuine lijnen zoveel mogelijk vermeden (vandaar dat men de schuine zijden van het puntdak aan het oog wil onttrekken). De trapgevel wordt gebouwd in de periode ±1600-±1665. In de 17de eeuw heeft de stad zelfs volgestaan met trapgevels: op vele plaatsen kon men hele rijen trapgevels zien staan. Vooral in de Derde Uitleg van 1613, het eerste deel van de 17de-eeuwse stadsuitbreiding waarin de Heren-, Keizers- en Prinsengracht tot aan de Leidsegracht tot stand kwam, was dit het geval. Er zijn er nog maar een honderdtal van over.

Soms is de trapgevel zodanig verbouwd dat deze nauwelijks meer als zodanig te herkennen is. Op Herengracht 272 bevindt zich bijvoorbeeld een fragment van een trapgevel met grote trappen en dubbele pilasters.

De trapgevel is zo populair geweest dat ook brede huizen – de voorloper van het dubbele huis – ermee werd uitgerust. Soms werden er twee trapgevels naast elkaar geplaatst, in andere gevallen één trapgevel in het midden, doorgangs aan een insnijdend dak. Voorbeelden: Singel 140-142 (±1600), Nieuwmarkt 20-22 (1605). Twee vroeg-17de eeuwse dubbele huizen hebben een rijk versierde trapgevel aan een insnijdend dak, dwars op het dak met de nok evenwijdig aan de gracht: Herengracht 170-172 (±1619) en Keizersgracht 123 (1622).

Hollandse renaissance

Aanvankelijk had Amsterdam nog geen eigen renaissance-stijl. Kenmerkend voor de Hollandse renaissance is het grote aantal regelmatige trappen en ook de vele kleine witte blokjes natuursteen, zowel langs de randen als in de ontlastingsbogen boven de ramen.

Veel voorkomende kenmerken van de Hollandse renaissance in Amsterdam uit het begin van de 17de eeuw zijn:

  • eenvoudige trapgevels met een groot aantal regelmatige trappen,
  • dunne, meestal halfcirkelvormige ontlastingsbogen boven de ramen, waarin meestal vijf witte blokjes natuursteen zijn verwerkt,
  • veel witte blokjes natuursteen,
  • meerdere speklagen op de hoogte van de kruisramen.

Voorbeelden van trapgevels in de Hollandse renaissance zijn Geldersekade 97 (±1600), Nieuwmarkt 20-22 (1605), Oudezijds Voorburgwal 14 (1605), Oudezijds Voorburgwal 249 (1610), Kattengat 4 en 6 (1614), Rapenburg 13 (1614), Herengracht 84 (1615) en Nieuwebrugsteeg 13 (1618).

Amsterdamse renaissance

Al vroeg in de 17de eeuw komt de Amsterdamse renaissance op, de trant van stadsbouwmeester Hendrick de Keyser, die ook wel de zgn. ‘stadsstijl’ wordt genoemd. Kenmerkend voor dit type is de grote trappen, vaak ongelijk van grootte en gering in aantal, terwijl op elke trap klauwstukken of andere versieringen staan. Ook typerend zijn de pilasters in de muurdammen en de S-vormige ontlastingsbogen (“accoladebogen”) boven de ramen. Soms heeft de trapgevel zoveel versieringen dat de trappen zelf nog nauwelijks zijn te herkennen. Veel voorkomende kenmerken zijn:

  • trapgevels met grote trappen, dikwijls ongelijk van sprong en gering in aantal,
  • op iedere trap staat een gebeeldhouwde natuurstenen vulling (een zgn. klauwstuk of vleugelstuk),
  • de muurdammen tussen de ramen zijn opgebouwd uit dubbele pilasters, inclusief basementen en kapitelen, verbonden door een ornament in de vorm van een cartouche,
  • de ontlastingsbogen zijn S-vormig (zgn. accoladebogen).

Voorbeelden van trapgevels in deze rijke stijl zijn Oudezijds Voorburgwal 57 (1615), Herengracht 120 (1615), Herengracht 170-172 (±1619), Herengracht 203 (±1618), Keizersgracht 123 (1622), Nieuwezijds Voorburgwal 75 (het Makelaarskantoor, 1633), en Dam 11 (‘s-Hertogenbosch, 1632).

Sobere Amsterdamse renaissance

De trant van Hendrick de Keyser is op grote schaal nagevolgd, maar meestal op sobere wijze. We zouden kunnen spreken van de sobere Amsterdamse renaissance. Kenmerkend is een eenvoudige trapgevel die weer lijkt op het Hollandse type, met dat verschil dat in plaats van vele kleine blokjes enkele grote blokken natuursteen worden toegepast. Ook wordt de ramen zodanig in nissen geplaatst dat de muurdammen op pilasters lijken.

Voorbeelden: Herengracht 81 (±1625), Herengracht 77 (1632), Prinsengracht 2-4 (1641), Bloemgracht 87-89-91 (1642), Korte Prinsengracht 5 (1653), Herengracht 361 (±1655). Een voorbeeld van een trapgevel in zeer sobere Amsterdamse renaissance, zonder enige versiering, is Rusland 9 (1659). De laatst gedateerde trapgevel is Utrechtsestraat 141 (1667).

19de-eeuwse navolging

Maar let op: in de 19de eeuw vindt een herleving van de ‘oud-Hollandse’ stijl plaats in de zgn. neo-renaissance en worden er weer volop trapgevels gebouwd in een poging de Gouden Eeuw te doen herleven. Van dergelijke trapgevels zijn er zelfs meer dan hun 17de-eeuwse voorbeelden.

Bij deze navolgingsarchitectuur ‘kloppen’ de verhoudingen vaak niet, de verdiepingen zijn even hoog, etc., waaraan je kan zien dat het 19de-eeuws en niet 17de-eeuws is. Ook staan 19de-eeuwse gevels niet 'op vlucht'. Fraaie voorbeelden van trapgevels in neo-renaissance zijn Vredenburgersteeg 1 (Vredenburgh, 1890) en Herengracht 415 (1891).

Soms is het moeilijker te zien of een trapgevel uit de 17de eeuw of uit de 19de eeuw dateert. Op het Singel staan twee trapgevels naast elkaar die allebei in de 19de eeuw zijn verbouwd. Bij Singel 62 (1895) is echter de gehele voorgevel opnieuw opgetrokken, mogelijk met hergebruik van afkomende bouwmaterialen. Hetzelfde geldt voor Keizersgracht 141 (1878), waar de trapgevel werd gereconstrueerd op basis van het Grachtenboek van Caspar Philips. De top is een imitatie van een ontwerp van Hendrick de Keijser en lijkt enigszins op de oorspronkelijke geveltop, een trapgevel met voluten, maar is toch duidelijk herkenbaar als 19de-eeuws. Ook de sierankers zijn typisch 19de-eeuws.

Zie ook deze introductietekst:

Laatste wijziging: april 2021

[Over deze website]   [Contact opnemen]   [Inloggen]